Schrift & belijdenisVeritas Reformata English
Zegel van Veritas ReformataVERITASREFORMATAHerstelde waarheid

Ontwikkelingen in de GK · J. Plaggenmars ·

Zijn wij nu op het niveau van de GKv vlak vóór de eenwording met de NGK?

Ds. Wendt in Kampen, de kerkelijke gemeenschap met Urk en de kenmerken van de ware kerk.

Op 27 september 2026 ging ds. dr. H.T. Wendt, predikant van de vrijgemaakte Rehobothkerk te Urk, voor in de Gereformeerde Kerk Kampen Ichthus. Op 25 oktober stond hij opnieuw op deze kansel, in de middagdienst over zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus. Beide diensten staan vermeld in het uitzendingenarchief van Kampen.[1]

Deze voorgang staat binnen de ruimte die de GK-synode heeft gegeven. Urk en Capelle-Noord zijn erkend als kerken van Christus. Kanselruil is toegestaan met het oog op verdere groei naar één kerkverband.[2]

Daarmee is een kerkelijke daad verricht die om een inhoudelijke beoordeling vraagt. Want wie een predikant ontvangt, ontvangt een ambtsdrager van een concrete kerk. Welke kerkelijke positie wordt daarmee erkend? Hoe wordt haar omgang met andere kerken beoordeeld? En wat blijft er over van onze eerdere bezwaren wanneer wij gemeenschap beoefenen zonder duidelijk te maken dat die bezwaren zijn weggenomen?

Hier zijn de kenmerken van de ware kerk daadwerkelijk in het geding.

De kerk is geen verzameling rechtzinnige personen

De kerk wordt vergaderd door Christus. Daarom kunnen wij haar niet beoordelen als een kring waarin gelovige mensen elkaar herkennen en door goede prediking worden opgebouwd, zonder te vragen of zij gehoorzaam met Christus vergaderen.

Geloof, godsvrucht en rechtzinnige uitspraken van afzonderlijke personen beslissen niet vanzelf over het kerk-zijn van hun gemeenschap. Ook haar kerkelijke handelen moet worden getoetst. Juist daar ligt een wezenlijke gereformeerde waarschuwing: de kenmerken van de kerk mogen niet worden losgemaakt van de gehoorzaamheid aan Christus’ vergaderwerk.[3]

Dat raakt rechtstreeks aan het eerste kenmerk. Zuivere Evangeliebediening verkondigt ook wat Christus over Zijn kerk gebiedt. Zij roept tot gehoorzaamheid in het samenkomen, het erkennen van ambten, het bestrijden van dwaling en het zoeken van de ware eenheid.

Een gereformeerde preek kan een tegenstrijdige kerkelijke praktijk niet rechtvaardigen. De leer over de kerk mag niet op de kansel worden beleden en vervolgens bij de toelating tot diezelfde kansel buiten werking worden gesteld.

Artikel 31: het ambt is geen persoonlijk bezit

Artikel 31 NGB belijdt dat de ambtsdragers door wettige verkiezing van de kerk tot hun ambt moeten worden geroepen. Niemand mag zichzelf indringen. De kerkelijke roeping wordt verbonden aan de zekerheid dat men door de Heere geroepen is.

Artikel 29 en artikel 31 horen daarom bij elkaar: de zuivere bediening van het Evangelie en de wettige roeping van zijn dienaren kunnen niet van elkaar worden losgemaakt.[4]

Een predikant is geen zelfstandig aanbieder van gereformeerde preken. Hij draagt een ambt binnen een kerkelijke gemeenschap. Zijn bevoegdheid, toezicht en verantwoordelijkheid hebben een concrete kerkelijke gestalte.

Kampen ontvangt ds. Wendt dus als predikant van Urk. Zijn ambt kan daarbij niet worden aanvaard alsof de kerk die dat ambt draagt slechts een bijkomstig gegeven is.

Dat betekent niet dat iedere gastbeurt instemming met ieder besluit van de andere kerk inhoudt. Het betekent wel dat men moet verantwoorden hoe deze ambtserkenning zich verdraagt met de bestaande kerkelijke scheiding.

Urk stelt zelf haar kansel breed open

Urk noemt op haar eigen website een kanselpraktijk met voorgangers uit verschillende kerkgenootschappen: voormalige GKv, CGK, de Gereformeerde Kerk Urk binnen de PKN, GKN, DGK, HHK en HGK. Enkele aanduidingen zijn inmiddels historisch geworden. De gemeente zegt dat deze voorgangers op Schrift en belijdenis staan en aan plaatselijke voorwaarden zijn gebonden.[5]

Maar de principiële vraag blijft staan. Welke betekenis heeft de kerkelijke scheiding wanneer de ambtelijke bediening over die scheiding heen wordt ontvangen?

Als die scheiding noodzakelijk is wegens afwijking in leer, dienst of tucht, kan men de betreffende kerkelijke binding niet buiten de beoordeling houden. Als de scheiding niet langer noodzakelijk is, moet men dat aantonen en de gevolgen daarvan aanvaarden.

Men kan een kerkelijke scheiding niet noodzakelijk blijven noemen en tegelijk handelen alsof zij voor de ambtelijke gemeenschap geen beslissende betekenis heeft.

Juist daarom raakt Urks kanselbeleid ook de erkenning door de GK. Een oordeel over Urk als kerk moet haar eigen omgang met andere kerken omvatten. Haar predikanten persoonlijk gereformeerd achten, is daarvoor onvoldoende.

Hetzelfde probleem aan de avondmaalstafel

De nog gepubliceerde avondmaalsregeling van Urk, afkomstig uit december 2017, maakt toelating mogelijk van gasten uit andere kerkgemeenschappen. Voor hen gelden voorwaarden betreffende doop, toelating in de eigen kerk, instemming met de verkondigde leer en levenswandel. Een gesprek met ouderlingen kan onderdeel zijn van de toelating. Voor deze categorie is een erkende zusterkerkrelatie geen vereiste.[6]

Er bestaat dus toezicht op afzonderlijke gasten. Maar daarmee is de vraag naar de kerkelijke gemeenschap niet opgelost.

Aan het avondmaal wordt de gemeenschap van Christus’ lichaam beoefend. Hoe verhoudt die gemeenschap zich tot blijvende, inhoudelijk noodzakelijke kerkelijke scheiding? Wat betekenen de verschillende ambtelijke bindingen en de verantwoordelijkheid voor leer en tucht?

Een beoordeling van persoonlijk geloof en levenswandel maakt deze kerkelijke vragen niet overbodig. Een regeling kan voorwaarden stellen en toch tekortschieten in de verantwoording van de gemeenschap die zij mogelijk maakt.

Deze weg hebben wij eerder afgewezen

Mariënberg 2005 beoordeelde de eerdere GKv-regelingen voor plaatselijke kanselruil, gecombineerde diensten en gezamenlijke avondmaalsvieringen vóór landelijke eenheid. De synode wees deze weg af vanwege de verantwoordelijkheid binnen het kerkverband en de belijdenis over de kerk.

Bij artikel 25, G.4.7, luidde het oordeel:

“Plaatselijke eenheid zonder landelijke eenheid leidt tot conflict met de kerkorde en met de belijdenis aangaande de kerk”.

Acta GS Mariënberg 2005, artikel 25, G.4.7, blz. 75.

Hasselt 2011–2012 wees vervolgens een tijdelijke zusterkerkrelatie met Dalfsen als aanloop naar volledige eenheid af. Gemeenschap van Woord en sacrament, zichtbaar in wederzijdse openstelling van kansel en avondmaalstafel, vroeg volgens de synode om:

“volledige erkenning van ambten en onbelemmerde gemeenschap der heiligen”.

Acta contracta GS Hasselt 2011–2012, blz. 47, besluit 2, grond 2.

De synode verlangde naar vereniging, maar aanvaardde deze gemeenschap niet als vooruitlopende tussenstap. Over het besluit bestond verschil van inzicht; het blijft een expliciete uitspraak waarmee de huidige koers moet worden vergeleken.[8]

Daarom volstaat vandaag het argument niet dat kanselruil de groei naar eenheid bevordert. Juist de principiële geoorloofdheid van die aanlooproute werd eerder bestreden.

Zijn de vroegere argumenten onjuist? Toon het aan. Zijn de omstandigheden wezenlijk veranderd? Maak duidelijk waarin. Maar laat eerdere uitspraken niet stilzwijgend verdwijnen zodra zij een gewenste toenadering bemoeilijken.

Een oecumenisch midden

Schema met GK in het midden en pijlen vanuit GKv, CGK, DGK, GKN, HGK, HHK, verontrusten in de NGK en preekplaatsen.

Het schema toont pijlen vanuit GKv, CGK, DGK, GKN, HGK, HHK, verontrusten in de NGK en preekplaatsen naar een kerkgebouw in het midden. Het RD beschreef dit als een toekomstbeeld dat tijdens de ontmoetingsdag van de Kerngroep bezinning GK werd besproken. De verschillende kerkverbanden hadden daarmee niet gezamenlijk ingestemd; panelleden reageerden op persoonlijke titel.[9]

Volgens het verslag van de GK-synodevergadering van 6 juni 2026 sprak ds. Wendt over “uitkomen bij een oecumenisch midden”. Urk wilde daarbij zowel de GK als de contacten met CGK en HHK behouden. Hetzelfde verslag vermeldt dat liturgische verschillen en het kanselbeleid nog gesprekspunten waren, terwijl kanselruil al mogelijk werd gemaakt.[10]

Het verlangen naar gereformeerde eenheid is geboden. Maar een gezamenlijk midden krijgt zijn recht niet uit de bereidheid elkaar daar te ontmoeten. Ook de weg ernaartoe moet gehoorzaam zijn.

Geestelijke herkenning kan de concrete kerkvraag niet vervangen. Zij moet juist dringen tot het wegnemen van wat de kerkelijke eenheid werkelijk verhindert.[11]

Wat betekent onze vrijmaking nog?

Urks weigering om in 2023 mee te gaan met de fusie van GKv en NGK beslist niet vanzelf over de bezwaren die aan de Vrijmaking van 2003 verbonden waren. Niet iedere kerkelijke afwijking begon immers bij die fusie.

De vraag is ook niet of iedereen zich in hetzelfde jaar had moeten vrijmaken. De vraag is welke bezwaren tegen leer en kerkelijke praktijk vandaag nog gelden en hoe daarmee wordt gehandeld.

Als wij ons terecht hebben vrijgemaakt omdat gehoorzaamheid aan Christus op het spel stond, kunnen wij hernieuwde gemeenschap niet verantwoorden door alleen te wijzen op rechtzinnige personen en goede onderlinge gesprekken. Dan moeten de kerkelijke bezwaren zelf worden behandeld.

Anders blijft de vroegere ernst in onze geschiedschrijving staan, terwijl zij uit onze praktijk verdwijnt.

De vergelijking met de GKv

Zijn wij nu op het niveau van de GKv vlak vóór de eenwording met de NGK? Die vraag betekent niet dat alle toenmalige ontwikkelingen zich bij ons al hebben herhaald. Zij wijst op een herkenbare kerkelijke redenering: gemeenschap beoefenen terwijl verschillen die de kerkelijke eenheid raken nog onderwerp van gesprek zijn.

Precies daar moet de vergelijking worden gemaakt. Wordt de eenheid gedragen door gezamenlijke gehoorzaamheid in leer, dienst en tucht? Of krijgt onderlinge herkenning alvast de plaats van die overeenstemming?

De voorgang van ds. Wendt in Kampen maakt deze vraag concreet. Kampens kerkenraad draagt verantwoordelijkheid voor de kansel. De synode draagt verantwoordelijkheid voor de erkenning en de ruimte die zij heeft gegeven. Geen van beide verantwoordelijkheden kan worden afgedaan met de verzekering dat men elkaar als gereformeerde broeders herkent.

De kenmerken van de ware kerk zijn geen opschrift boven een kerkelijke praktijk die daarvan mag afwijken. Zij moeten in die praktijk worden bewaard.

Daarom moeten de GK aantonen hoe de erkenning van Urk, haar brede kanselbeleid en haar avondmaalsregeling zich verdragen met de artikelen 29 en 31 NGB en met de gronden waarop eerder kerkelijke gemeenschap werd afgewezen.

Wie een dienaar ontvangt, moet zijn kerkelijke roeping beoordelen. Wie een kerk erkent, moet haar kerkelijke handelen beoordelen. En wie Christus’ éne kerk belijdt, moet zich in die beoordeling door Zijn gebod laten leiden — ook wanneer dat de gewenste toenadering begrenst.

Bronnen en verantwoording

  1. Gereformeerde Kerk Kampen Ichthus — uitzendingenarchief

    Diensten van 27 september 2026 om 10.00 uur en 25 oktober 2026 om 16.30 uur, met ds. H.T. Wendt als voorganger.

  2. Kort verslag GS GK Zwolle, 5 en 6 juni 2026

    Erkenning van Urk en Capelle-Noord en toestemming voor kanselruil. Zie ook het RD-bericht van 8 juni 2026.

  3. K. Schilder — Stellingen inzake de kerk

    Vooral stellingen VI–XI en XVI over de gehoorzame kerkvergadering. Zie daarnaast Over kerk en kerken, De Reformatie, 19 augustus 1932, opgenomen in De Kerk, deel 1, blz. 180–183. De toepassing op de huidige situatie is die van de auteur.

  4. Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 29–31

    Over de kenmerken van de kerk, haar regering en de wettige roeping tot het ambt.

  5. Rehobothkerk Urk — eigen gemeentebeschrijving

    Beschrijving van de predikanten, het kanselbeleid en de kerkelijke herkomst van gastvoorgangers.

  6. Rehobothkerk Urk — Gasten aan het avondmaal

    De gepubliceerde regeling is afkomstig uit Pro Ecclesia, december 2017. “Nederlands Gereformeerde Kerk” verwijst in deze tekst naar de toenmalige kerken, vóór de fusie van 2023.

  7. Acta GS Mariënberg 2005, artikel 25, G.2.6 en G.4

    Blz. 74–75: beoordeling van kanselruil, gezamenlijke diensten en avondmaalsvieringen vóór landelijke eenheid.

  8. Acta contracta GS Hasselt 2011–2012, blz. 47

    Besluit 2, in het bijzonder grond 2. Voor de bespreking en de verschillende standpunten: de volledige acta, blz. 83–84.

  9. Addy de Jong — Nieuwe gereformeerde kerk starten? “Begin klein, met luisteren”

    Reformatorisch Dagblad, 25 mei 2024; verslag van de ontmoetingsdag in Urk en beschrijving van het schema.

  10. D.J. Bolt — Generale Synode Zwolle 2026, Impressie 3

    Gepubliceerd op 13 juni 2026, over de vergadering van 6 juni. De weergave van ds. Wendts bijdrage is een vergaderverslag, geen door ds. Wendt zelf gepubliceerd woordelijk transcript.

  11. K. Schilder — Eenige onjuiste dilemma’s in pluriformiteitsvertoogen

    1940, in Verzamelde werken 1940–1941, in het bijzonder blz. 228–232, over geestelijke en institutaire eenheid.

Terug naar Ontwikkelingen in de GK