Schrift & belijdenisVeritas Reformata English
Zegel van Veritas ReformataVERITASREFORMATAHerstelde waarheid

Ontwikkelingen in de GK · J. Plaggenmars · oktober 2026

Één ware kerk?

Een dringend appel naar aanleiding van “Synode nieuws - 1”

In het synodeverslag worden verschillende zelfstandige kerkverbanden aangeduid als “kerken van Christus” en zelfs als “ware kerken van Jezus Christus”. Daarnaast wordt kanselruil toegestaan met gemeenten die nog buiten het eigen kerkverband staan. Daarmee raakt het verslag rechtstreeks aan NGB 27-29.

De hoofdvraag is niet eerst waarom deze kerken nog gescheiden zijn, maar hoe verschillende zelfstandige kerkverbanden tegelijk als ware kerk kunnen worden erkend wanneer de belijdenis één ware kerk leert onderscheiden.

Eén ware kerk

NGB 27 belijdt “een enige katholieke of algemene Kerk”. NGB 28 spreekt over “deze heilige vergadering” en gebiedt zich daarbij te voegen. NGB 29 leert de ware en de valse kerk uit Gods Woord onderscheiden aan de reine prediking, de reine sacramenten en de tucht. Dat betekent niet dat er wereldwijd maar één plaatselijke gemeente is; vele plaatselijke kerken zijn vergaderingen van die ene katholieke kerk. Het probleem ontstaat wanneer zelfstandige, van elkaar gescheiden kerkverbanden met eigen ambten en tucht tegelijk als afzonderlijke “ware kerken” worden gelegitimeerd.

“in beide artikelen is één en dezelfde Kerk bedoeld.”

K. Schilder, Christelijke religie, art. 28 (1949).

Schilder weigert daarom de bestaande kerkelijke veelheid zelf tot norm te maken. Met Greijdanus zegt hij dat pluriformiteit, als men dat woord gebruikt, “binnen de ware Kerk” ligt - in gaven, volken, karakters en plaatselijke verscheidenheid - niet in meerdere zelfstandige ware kerkverbanden.

“‘ja’ en ‘neen’ blijven voor God altijd contrasten. Die kunnen niet onder één wezen gebracht worden.”

K. Schilder, Americana, V, “De pluriformiteit der kerk” (1942), p. 35.

Kanselruil raakt het eerste kenmerk

NGB 29 noemt de reine prediking als eerste kenmerk van de ware kerk. Schilder benadrukt dat het niet gaat om af en toe een goede preek: de zuivere prediking moet kerkelijke regel zijn. Hij vraagt bovendien niet alleen wat gepreekt wordt, maar ook wie de prediker ambtelijk heeft gezonden.

“de zuivere prediking moet kerkelijke regel zijn. Dat is kenmerk van de Kerk.”

K. Schilder, Christelijke religie, art. 29 (1949).

“wie heeft den dominee gerechtigd tot het houden van die mooie preeken? [...] De prediking is tegenwoordiging van het ambt van Christus”

K. Schilder, Dictaat ‘Credo’, “Een heilige, algemeene, christelijke kerk”, p. 28.

Wie een predikant uit een ander zelfstandig kerkelijk instituut op de kansel ontvangt, erkent dus méér dan zijn persoonlijke orthodoxie: in belangrijke mate ook zijn ambtelijke roeping en de kerkelijke zending waaruit hij komt. Als meerdere afzonderlijke instituten tegelijk als ware kerk worden genoemd én hun dienaren over en weer het Woord bedienen, wordt de pluriformiteit niet alleen uitgesproken, maar ambtelijk in praktijk gebracht.

De vraag die niet kan worden ontweken

Wat betekent “ware kerk” hier? Is dat hetzelfde als in NGB 29? Op welke confessionele grond kunnen meerdere zelfstandige kerkverbanden tegelijk zo worden genoemd? En wat zegt kanselruil over de erkenning van ambt, roeping en het eerste kenmerk van de ware kerk?

Wie meerdere zelfstandige kerkverbanden tegelijk “ware kerk” noemt, verandert niet slechts een woord; hij verandert de probleemstelling van NGB 27-29. Wie vervolgens kansels uitwisselt, maakt die erkenning ambtelijk concreet.

Dit is geen oproep om lichtvaardig te veroordelen, maar om de belijdenis weer zwaar te laten wegen. NGB 27 belijdt één katholieke kerk. NGB 28 gebiedt zich bij deze vergadering te voegen. NGB 29 gebiedt de ware kerk uit Gods Woord te onderscheiden. Daarom moet het kerkverband helder uitspreken of het deze confessionele onderscheiding nog handhaaft, of dat in de praktijk een pluriformiteitsmodel is ontstaan waarin meerdere zelfstandige instituten tegelijk als ware kerk worden erkend.

BELIJDEN WIJ NOG ÉÉN WARE KERK - EN HANDELEN WIJ DAAR OOK NAAR?

Bronnen: De Bazuin, J.J. Wieringa, “Synode nieuws - 1”; NGB 27-29; K. Schilder, Christelijke religie (1949), art. 27-29; Americana (1942), V, p. 35 e.v.; Dictaat ‘Credo’, p. 28.

Terug naar Ontwikkelingen in de GK